Anna
Enquist

Als dichteres is Anna Enquist (echte naam Christa Widlund-Broer) een laatbloeier. Ze had eerst een carrière als pianiste, psycholoog-psychotherapeut en psycho-analytica. Haar eerste bundel poëzie kwam in 1991 – ze was toen 46 jaar. Ze werd meteen een populaire dichter, en ook haar romans werden keer op keer herdrukt.

Over anna enquist

Haar gedichten zijn meestal somber en heftig, beroerd door emoties, met pijn en bloedbaden. Ze noemde zichzelf de Nel Benschop van de intellectuelen en schreef dat haar poëzie zich steeds volvrat aan ‘rotzooi’.

Voor haar staat de muziek centraal en een groot aantal gedichten is direct naar aanleiding van strijkwartetten of pianostukken geschreven, maar ook hier is niet alles idylle en kan bijvoorbeeld Mozart als chirurgijn aantreden. Haar autobiografische gedichten cirkelen steeds om dezelfde thema’s: moederschap, muziek en psychologie.

Toen haar dochter in 2001 overleed bij een ongeluk op de Dam in Amsterdam en bleek dat de vrachtwagenchauffeur haar domweg over het hoofd gezien had, voerde Enquist politieke actie om de dodehoekspiegel voor vrachtwagens met onmiddellijke ingang verplicht te maken. In 2004 verscheen een bundel gedichten over het gemis van haar dochter: De tussentijd. In 2014 werd Enquist benoemd tot stadsdichter van Amsterdam.

Berichten van het front

In Berichten van het front hervat Anna Enquist de grootse en bittere expeditie die ze voor de duur van één bundel (haar vorige, Hoor de stad) had opgeschort: “het losmaken/ van de dochter uit ons’. Losmaken ook om de verlorene vervolgens weer in het wild te kunnen aantreffen. Maar nooit eerder werd er zo systematisch en verbeten jacht gemaakt als nu. In vier keer tien gedichten wordt het ontbrekende kind gezocht in de onderwereld, de witte koude van het hooggebergte, de omringende natuur en de jacht van het spel. De buit? “Wantrouw / de woorden. Luister goed. En koester de muziek.’

“De “Demetercyclus” van Enquist raakte me diep. De “ik” laat de radeloosheid zien van deze godin van de landbouw (ook wel beschouwd als moeder aarde) als zij denkt dat haar dochter dood is.’ – Hans Puper in Meander

“Een bijzonder indringende cyclus […] waarin de gang van de seizoenen wordt verbonden met de onderwereld, met dood en verrijzenis.’ – Dirk de Geest in MappaLibri

Dit is dichters boomgaard. Buiten
het kwadraat van stoelen glijden
zwijnen en slangen. Op tafel
lezen wij het eetbare: de nacht
is een vangzeil voor voedzame
woorden, de korst van het brood.

Dieren en dingen dragen eenvoudige
jongensnamen. Boven ons hangt
de zilveren maan, de valbijl.